Noordhollandsch kanaal

Het Noordhollandsch Kanaal is een kanaal in de provincie Noord/Holland en loopt van Amsterdam via Purmerend en Alkmaar naar Den Helder.

Het Noordhollandsch Kanaal is gegraven in het begin van de 19e eeuw in opdracht van Koning Willem I. Naar hem is de Willem I-sluis aan het begin van het kanaal in Amsterdam vernoemd. In Den Helder bevindt zich de Koopvaardersschutsluis.

Geschiedenis

In de 17e eeuw nam de bevaarbaarheid van de Zuiderzee voor de zeescheepvaart naar Amsterdam af. Toen het overladen van goederen naar kleinere schepen te tijdrovend en te duur werden is men gebruik gaan maken van Scheepskamelen. Daarbij kampte Amsterdam ook met het dichtslibben van de haven.

Het graven van een rechtstreekse verbinding naar de Noordzee durfde men echter nog niet aan. Een dergelijk plan zou gepaard gaan met de afdamming van het IJ bij de Zuiderzee, maar men was technisch nog niet in staat een groot sluizencomplex te bouwen.

Daarom besloot men tot de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal. In feite ontstond dit kanaal door het met elkaar verbinden en verbreden van een aantal boezemwateren. Zo maakt het kanaal onder andere deel uit van de  Beemster-ringvaart en de Schermer-ringvaart.

Een gedeelte van het kanaal volgt, ten noorden van Alkmaar, het oude riviertje de Rekere.

Het kanaal kwam gereed in 1824. Het betekende een bekorting van de vaartijd voor schepen tussen Amsterdam en Den Helder. Maar met de groei van het scheepvaartverkeer en de grotere omvang van de schepen werd het kanaal al spoedig te klein. Een halve eeuw na ingebruikname kon uiteindelijk toch het Noordzeekanaal tussen de Amsterdamse haven en IJmuiden worden geopend, waarmee de kortste verbinding met de Noordzee alsnog tot stand kwam. De betekenis van het Noordhollandsch Kanaal voor de scheepvaart verminderde sterk. Alleen ten noorden van Alkmaar is het nog van belang voor scheepvaart. Wel heeft het kanaal nog een grote betekenis voor de waterhuishouding van Noord-Holland.